ITP is een zeldzame en vaak chronische aandoening waarbij uw immuunsysteem uw eigen bloedplaatjes vernietigt.
De bloedplaatjes zijn een van de cellen aanwezig in het bloed. Ze spelen een onmisbare rol bij de bloedstolling en dit ter voorkoming van bloedingen.
De bloedplaatjes, ook trombocyten genoemd, zijn afkomstig uit het maturatieproces van megakaryocyten (cellen die door het beenmerg worden geproduceerd). Het normale aantal plaatjes bij een persoon zonder ITP ligt tussen de 150 x 109/l en de 400 x 109/l bloed.
Men spreekt over trombocytopenie wanneer het aantal bloedplaatjes onder de 150 x 109/l ligt.
Als het aantal plaatjes onder de 30 x 109/l bloed zakt wordt het risico op ernstige bloedingen groter.

Twee mechanismen, die tot een lage bloedplaatjeswaarde leiden, spelen een rol bij deze ziekte

Sommige gevallen van auto-immune trombocytopenie zijn echter reeds opgetreden:
ITP is niet besmettelijk en dit onafhankelijk van de oorzaak en de klinische symptomen.
Er zijn naar schatting ongeveer 50.000 volwassen patiënten met chronische ITP in de Europese Unie en ongeveer 850 volwassen patiënten met ITP in België.
ITP werd door de European Medicines Agency (EMEA) en door de U.S. Food and Drug Administration (FDA) erkend als weesziekte. De European Committee for Orphan Medicinal Products (COMP) definieert een weesziekte als ‘een levensbedreigende of zeer ernstige chronische, evoluerende ziekte die niet meer dan 5 per 10.000 Europeanen treft.’
Bij de meeste volwassenen is ITP een chronische aandoening. De diagnose van ITP is hoofdzakelijk gebaseerd op de anamnese, het klinisch onderzoek, het volledige bloedbeeld, en een onderzoek van het perifere uitstrijkje om andere oorzaken van trombocytopenie uit te sluiten.
ITP wordt dan ook vaak beschouwd als een uitsluitingsdiagnose, omdat alle andere potentiële oorzaken van trombocytopenie moeten uitgesloten worden vooraleer de diagnose van ITP kan gesteld worden.
Het hoofddoel van de ITP behandeling is het minimaliseren van het risico op bloedingen met een zo laag mogelijk aantal nevenwerkingen. De huidige behandelingen van ITP trachten voornamelijk de vernietiging van de plaatjes te beperken.
Corticosteroïden zullen het immuunsysteem beïnvloeden of onderdrukken en op deze manier de vernietiging van de bloedplaatjes door de antilichamen verminderen.
Het nadeel van corticosteroïden is echter het optreden van nevenwerkingen die een langdurig gebruik bij de meeste patiënten beperken:
Ongeveer 80% van de volwassen ITP patiënten heeft een bijkomende behandeling nodig zodra de initiële behandeling met corticosteroïden is stopgezet.
Intraveneuze immunoglobulinen (IVIg) zijn behandelingen met IgG-immunoglobulinen (bepaalde soort antistoffen) die worden bereid uit bloedplasma afkomstig van meer dan 1000 gezonde bloeddonoren.
De immunoglobulinen hebben een beperkte werkzaamheid van korte duur en worden over het algemeen beschouwd als een behandeling voor spoedgevallen:
Bij een patiënt met ITP is de milt de belangrijkste plaats van plaatjesdestructie.
Deze operatieve ingreep heeft potentiële complicaties op korte, middellange en/of lange termijn.
Een nieuwe behandeling voor patiënten met chronische ITP zal binnenkort beschikbaar worden in België: het betreft een eerste groeifactor voor bloedplaatjes.
Zijn werkingsmechanisme is uniek en nieuw omdat het helpt om de antilichaam-gemedieerde plaatjesdestructie te compenseren door het verhogen en stimuleren van de plaatjesproductie.
Voor meer informatie over deze nieuwe behandeling kunt u de website van EMEA raadplegen:
http://www.emea.europa.eu/humandocs/Humans/EPAR/nplate/nplate.htm
Download de brochure.
|
|